Around the world with Albaworld

Picardië, een onbekend stukje Douce France

Half Nederland rijdt ’s zomers fluitend door Noord-Frankrijk. De blik op oneindig, op weg naar de zon. Niet bewust van al het moois dat links en rechts van de autoroute achter die uitgestrekte akkers vol graan en suikerbieten ligt.
Drie departementen, Somme, Oise en Aisne, vormen samen het gebied dat Picardië heet. Een streek met een rijke, vaak tragische geschiedenis. Vol kathedralen, begraafplaatsen uit de Eerste Wereldoorlog en uitgestrekte bossen. En bovenal een prachtige Baai van de Somme met het boeiende Parc du Marquenterre.
   

Ooievaars

Sierlijk klapwiekt een ooievaar met een snavel vol nestmateriaal naar de top van een Corsicaanse den. Wat verderop in een weide scharrelen er nog eens vier een maaltijdje bij elkaar. Twee paartjes leggen klepperend een claim op een paar hoge wagenwielen.
Tweehonderd hectares groot is het Parc Ornithologique du Marquenterre, pal aan de Franse Kanaalkust. Het is het ‘droge’ deel van het nationale park van de Sommebaai, drieduizend hectares groot. Voor vogelliefhebbers  is het een waar paradijs. En ook voor ooievaars. Ongeveer een kwart van de populatie doet tegenwoordig ’s winters zelfs geen moeite meer naar Afrika te vliegen om te overwinteren. Verschillende trekroutes uit de Britse eilanden en Noord- en Oost-Europa komen hier bijeen. Tien lepelaars, op weg van hun overwinteringsgebied in West-Afrika naar de Oostvaardersplassen, scheren laag over. In Marquenterre hebben ze 360 van de 450 bekende Europese vogelsoorten waargenomen. Het maakt dit wadachtige gebied tussen de mondingen van de Somme en de Authie tot het belangrijkste vogelgebied in Frankrijk.

Zielvveerreezjèrs
 
Samen met natuurgids Laurent Zagni loop ik de zeven kilometer lange route die afwisselend door bos, duin en moeras voert. Hij kent wat Nederlandse vogelnamen. Laurent: ‘geleerd in het Zwin in Vlaanderen, dat is ons zusterreservaat’. Vroeger hadden eb en vloed in dit gebied vrij spel. Tot men een dijk aanlegde om daarachter in de geestgrond tulpen te gaan kweken. Dat werd geen succes en de eigenaren besloten de Marquenterre te laten verwilderen tot het prachtige natuurreservaat dat het nu is. Vanuit schuilhutten onderweg bekijk ik brand- en grauwe ganzen, kluten, tureluurs en bergeenden. Laurent zet me volledig op het verkeerde been als hij het plotseling over zielvvéérreezjèrs heeft. Als hij er uiteindelijk een aanwijst valt de penning: oké, zilverreigers.
De terugweg voert door een immense volière vol zieke en gewonde vogels. Op een bordje bij een vogelhuisje lees ik ‘Une mangeoire dans votre jardin, votre télévision de l’hiver!’, een voederplek in uw tuin is een tv in de winter.
Laurent raadt me aan als lunch in het restaurant ficelles te bestellen, een streekgerecht. Voor ik tien kilometer verder met een andere gids, Gwénael, van Promenade en Baie een paar uur ga wadlopen, geniet ik van de heerlijkste pannenkoekjes, gevuld met ham, kaas, crème fraîche en bechamelsaus, die ik ooit heb gegeten.

Wadlopen

Ik heb met Gwénael afgesproken op de havenkade van Le Crotoy. Een paar oude mannen becommentariëren hoofdschuddend de zoveelste mislukte eurotop. Kozijnen en deuren zijn frisblauw geschilderd. Francine adverteert met grote krijtletters op een groen schoolbord ‘Chez Francine on pouvez acheter de bon fruits mer’ en ‘crabes vivants € 6/kg’. Bakken vol verse jakobsschelpen worden aangevoerd. Kortom, Le Crotoy staat voor vis.
De frisse zeelucht en het heldere licht trokken tientallen kunstenaars naar de Picardische kust, van de schrijvers Victor Hugo en Colette tot de schilders Seurat en Toulouse-Lautrec. Jules Vernes boot Saint-Michel lag afgemeerd in de jachthaven. In Le Crotoy schreef hij zijn klassieke science fiction roman Twintigduizend mijl onder zee.

Een of andere vreemde worm

Bij La Maye gaan de kaplaarzen aan en wandelen we over het duin het wad op. Het is midden maart, drie graden, een felle noordooster jaagt de gevoelstemperatuur fors onder nul. De eerste kilometer schuifelen we over het spekgladde slib en zeewier langs diep uitgesleten geulen. Het wemelt er van de tureluurs. Regelmatig graaft Gwénael een of andere vreemde worm of schelp op. Onder zijn speciale vergrootglas zien die er plotseling heel aandoenlijk uit.
Plotseling lijkt het of een klein stipje uit zee komt. Het groeit snel uit tot een tractor. ‘Dat is een mytiliculteur, een mosselkweker. Is tien kilometer verder zijn mossels gaan oogsten. Die groeien hier op bouchots, zware, metershoge houten palen die rechtop in het zand staan. Twee keer per dag worden ze door de vloed helemaal overspoeld. Naar schatting staan er hier voor de kust zo’n dertigduizend van die bouchots’, vertelt Gwénael. Bij Francine had ik gezien dat de moules bouchots du Crotoy twee euro per liter kosten. ‘Ja, dat gaat hier per liter’, beaamt Gwaénael.
Gaandeweg is het slib verdwenen en kunnen we tussen de forse poelen water flink doorlopen. Dat is trouwens de enige manier om een beetje warm te blijven. Twee uur later staan we weer bij de bordjes die zeggen dat ramassage des coquillages gereglementeerd is. Kortom, verboden schelpen te rapen. De volgende ochtend  brengt Chez Francine in Le Crotoy uitkomst. Haar moules bouchots du Crotoy smaken 's avonds thuis uit de kunst.

Wilt u onze Albaworld-nieuwsbrief met reisreportages en allerlei wetenswaardigheden regelmatig ontvangen? Meldt uw e-mail adres dan aan op info@albaworld.nl.

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

17.11 | 17:31

Mooi verhaal Els, ik hoop je te ontmoeten bij de Spaanse ambassadeur op7 december. Ik denk dat jij gaat winnen :).

...
08.11 | 13:09

Altijd genieten van de mooie foto's. Proficiat Rob!

...
16.02 | 17:37

Stukje nostalgie. Leuke reportage, ik heb er van genoten.

...
19.12 | 21:48

Dit zijn weer prachtige foto's!
Hartelijke groeten, Stephanie

...
Je vindt deze pagina leuk