Around the world with Albaworld

Als een grote haai in grijs water

Jaren geleden bezocht ik in de Music Hall in Aberdeen een concert van de Clancy Brothers & Tommy Makem. De drie broers en Tommy zongen hun folksongs altijd gehuld in crèmekleurige truien, geansai in het Keltisch. Ze hadden van die wollen sweaters met hun ingewikkelde breipatronen een soort handelsmerk gemaakt. Later hoorde ik dat de patronen van de Aran eilanden kwamen. Die eilandjes voor Ierlands westkust wilde ik wel eens zien. Het kwam er nooit van. Tot ik vele, vele jaren later, van de Ceol na Farraige, de veerboot van Island Ferries, op de kade van Cill Rónáin stap.

Drie ontspannen dagen op Inis Mór, het Grote Eiland, lokken. De Aran-eilanders noemen hun eiland overigens gewoon bij de Keltische naam Árann. Geen wonder, Gaelic is hun voertaal.

Het regent. En niet zo zachtjes ook. Het komt met bakken uit de lucht. Het cultureel centrum Ionad Árann biedt me voorlopig een onderhoudende schuilplaats. In een uurtje doe ik een stoomcursus cultuur, natuur, tradities en geologie.

Verdronken vrouw

Laat in de middag klaart het op en loop ik over het weggetje langs het Strand van de Fransen, Trá na bhFrancach. Dreigende, loodgrijze wolken houden maar net hun nattigheid vast. Het strandje is genoemd naar de bemanning van een schip dat hier eens op de rotsen liep. Langs de weg ligt een omgekeerde currach. Duizenden jaren lang staken deze fragiel ogende bootjes langs Ierlands westkust de oceaan op. Het latten geraamte was bespannen met koeienhuiden. Nu gebruiken ze canvas.

Het vlakke stuk kust wat verderop heet An Bhean Bháite, de Verdronken Vrouw. Achter een muurtje aan het eind van het pad zoek ik naar het graf van de zwangere vrouw die hier, gewikkeld in zeewier, eens aanspoelde. Niemand kende haar. Haar kleding verried dat ze uit Connemara kwam. Gewijde grond was voor haar niet bestemd. Misschien had zij wel zelfmoord gepleegd, meende de pastoor. Dus begroef een boer haar maar in zijn akkertje langs de zee. Twee kleine, rechtopstaande stenen  aan hoofd- en voeteneind markeren het graf.

Mo Oilean, Mijn Eiland

Ik loop terug en vind de eerste wegwijzer van de Inis Mór Way, de vijftig kilometer lange wandelroute over het eiland. Loom drijven wat zwanen op de dichtgeslibde zeearm Loch an Charra. Tot ze, opgeschrikt, klapwiekend wegvliegen. Tussen mijn eerste stenen muurtjes loop ik terug naar Cill Rónáin. Vijfentwintighonderd kilometer ongemetselde muur is er gemeten. En dat op een eiland van slechts vier bij veertien kilometer!

In Óstán Árann, Hotel Aran, krijg ik een formidabele seafood medley van zeeduivel, jakobsschelpen en kabeljauw in een Pernod-roomsaus met zongedroogde tomaten voorgezet. Vrijdagavond is music night. In Ti Joe Watty's bar klinkt het melodieuze Mo Oilean, Mijn Eiland. Kroegbaas en componist-tekstschrijver P.J. Flaherty zingt het zelf. ‘Iedereen noemt me PJ (Piedzjee) omdat Padráig Joseph wat lang was’, zegt hij lachend.

Unieke flora

Ongeveer waar Tim Robinson zijn wandeling langs Áranns kust begon om iedere baai, klif, grot, rotspunt en strandje tot in de kleinste details te beschrijven, steek ik, waar de weg ophoudt op de zuidpunt van het eiland, door lage duinen naar de oceaankust. Robinsons boek De Aran Eilanden: Pelgrimage (Uitgeverij Atlas) is een klassieker. Moet je gelezen hebben voor je voet aan wal zet op het eiland. Over horizontaal verspringende kalkplateaus vol rechthoekige, door erosie diep uitgeslepen barsten en scheuren klauter ik naar Túr Máirtin, een oude uitkijktoren. Krassende kraaien knokken binnen om het beste plekje. Intens blauwe voorjaarsgentiaan en paarse mannetjesorchissen zijn niet te missen tussen de grijsgrauwe kalkstenen platen, versierd met witte randen van schelpfossielen. Samen met allerlei andere arctische, alpiene en mediterrane planten vormen zij een unieke flora. Het maakt van de Aran Eilanden een paradijs voor botanisten.

Vijfentwintighonderd kilometer ongemetselde muur is er gemeten. En dat op een eiland van slechts vier bij veertien kilometer!

Palmbomen

Ik buig van de kust af en verdwaal meteen in een wirwar van stenen muren rond piepkleine grasveldjes. Het kost de grootste moeite telkens een overstap te vinden. Koeien en geiten staren me aan alsof ze nog nooit een mens hebben gezien. Tientallen metershoge, ronde zwerfkeien, ooit aangevoerd door gletsjers, liggen verspreid in de veldjes. Alsof een reus zijn knikkerzak heeft laten vallen. Op mijn gevoel koers ik naar het weggetje langs het gehucht Iaráirne. Er groeien dankzij de warme Golfstroom wat palmbomen in een paar tuinen.

Eiland van de heiligen

Het is eb. An Trá Mhór, het Grote Strand, is helemaal drooggevallen. Hoog erboven, in de duinen, tekenen Keltische kruisen scherp af tegen de staalblauwe lucht. Flink wat graven rond het kerkje van St Enda zijn, net als dat van de heilige zelf, grotendeels ondergestoven. Sint Enda, of Éinne in het Iers, stichtte hier een van de eerste kloosters in Ierland. Veel van de missionarissen die Europa kerstenden kregen er hun opleiding. St Enda is nog steeds de aartsvader van alle Ierse monniken. Net als Bardsey in Wales is Árann een Eiland van Heiligen. Ik bedenk dat wellicht ook Brandaan, Columba, Finnian en al die andere bekende Ierse heiligen in het nu dakloze kerkje hebben gestaan. Een stenen collectebak kleurt bruinrood van geërodeerde, koperen euromunten.

Vanuit Cill Éinne klim ik over kale rotsen en felgroene, met orchideeën bezaaide veldjes naar het kleinste kerkje ter wereld. Het uit de elfde eeuw daterende gebouwtje meet maar twee bij drie meter. Het is gewijd aan St. Benignus, een tijdgenoot van St. Patrick. Diep beneden markeren vier forse bakens de vaargeul naar het oudste haventje op het eiland. Zo ver het oog reikt is er geen boom te zien. Wel muurtje, na muurtje, na muurtje. Aan de horizon rijst de kalkkust van county Clare steil uit de oceaan omhoog.

Het Zwarte Fort

Terug in Cill Éinne loop ik verder richting Cill Rónáin. Vlak buiten het dorp staan pal langs de weg een paar merkwaardige cenotafen. Ze herinneren aan eilanders die elders stierven. Ze markeren ook de plek waar begrafenisstoeten, op weg naar het kerkhof van St. Enda, vroeger even uitrustten.

Vlak voor Cill Rónáin wijst een bord het pad aan naar Dún Dúchathair, het Zwarte Fort. Een vijf meter dikke én hoge muur uit het ijzertijdperk sluit een klip af en maakt het tot een onneembare vesting. Op een meter van de gapende kliprand kruip ik tegen de muur gedrukt het fort in. Zestig meter onder mij trekt de Atlantische golfslag een schuimend wit spoor langs de rotswand van de Barr Aille baai en slaat bulderend te pletter in de brede grot onder de overhangende kalkterrassen.

Pure magic

’s Avonds is het in Óstán Árann een oergezellige boel. Gasten van Tim Pat Coogan, de auteur van het tientallen keren herdrukte standaardwerk The IRA (HarperCollins, ISBN 0-00-653155-6) die op zijn geboorte-eiland zijn verjaardag is komen vieren, doen uit volle borst mee. ‘Pure magic’ lees ik op de Guinness bierviltjes.

Dún Aonghasa

Een helderblauwe lucht tekent mijn derde dag op ‘het heilige eiland dat als een grote haai ligt te slapen in de grijze wateren van de Atlantische Oceaan’, zoals James Joyce eens schreef. Seacht dTeampaill, de Zeven Kerken, in Eoghanacht is mijn schilderachtig vertrekpunt. Eigenlijk staan er maar twee vervallen kerken, de andere ruïnes zijn middeleeuwse kloostergebouwen.

In Cill Mhuirbhigh begin ik de geleidelijke klim naar het archeologische klapstuk van Árann, het uit de Keltische bronstijd (1000 voor Chr.) stammende fort Dún Aonghasa. Drie zware muren maakten het tot een onneembare vesting. Erg lang konden de belegerden het daar negentig meter boven de oceaan overigens niet uithouden. Er was geen water, de regen zakte meteen weg in de poreuze kalksteen. Engels gras fleurt de muren op. Heerlijk in het zonnetje gaan, weer beneden bij Nan Phaddy’s, de veters even los. Lunch met een Guinness, dat is wandelen in Ierland.

Zeewier

Bij het strand van Port Mhuirbhigh sla ik rechts een ongemarkeerd groen weggetje in richting Gort na gCapall. Tegen de hellingen kleeft een web van stenen muren. Sommige wel een meter of drie hoog. Een bloesemend appelboompje zoekt steun tegen een muur die beladen is met drogende visnetten. In de luwte van een diepe greppel trekken primula’s lichtgele strepen in het frisse gras.

Er staat geen zuchtje wind. Het pad klimt geleidelijk naar de rand van Áranns hoogste ‘berg’, bij Dún Eochla, 123 meter. Het biedt een prachtuitzicht op de drooggevallen rotsen van Port Chorrúch, speelplaats van een kolonie zeehonden. Het weggetje slingert terug naar zee, naar een vervallen fabriekje waar eens uit zeewier jodium werd gewonnen. Wel dertig soorten zeewier tellen ze op Árann. Rood, wit, geel en zwart gekleurd. Sommige eetbaar, zoals carraigín, Iers mos. Andere alleen geschikt om tot kelp te branden, een meststof voor de landbouw.

Eeuwenlang sjouwden mannen en vrouwen honderden tonnen zeewier en zand naar de kale kalkplateaus om ze daar te mengen tot een voedingsbodem voor overwegend aardappelen en rogge. Af en toe duikt er plotseling zo’n akkertje met lichtgrijze, langgerekte aarden walletjes tussen de muren op.

Het zeewier heeft me aan het denken gezet. De laatste kilometers spookt de bittere armoede die hier moet hebben geheerst door mijn hoofd. Toen de opbrengst van je kelp bepaalde of je uit je huis werd gezet of niet. En de enige lichtbron bestond uit een brandende, gedraaide wollen draad in een schelp vol levertraan.

In Cill Rónáin koop ik Anne Korffs The Book of Aran (Tír Eolas, ISBN 1 873821 03 4, www.tireolas.com). Het geeft een prachtig, indringend beeld van de vitaliteit van een cultuur waar de rest van de wereld nog veel van kan leren.

Meer info:

www.ireland.com/nl-nl/

http://www.visitaranislands.com

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

17.11 | 17:31

Mooi verhaal Els, ik hoop je te ontmoeten bij de Spaanse ambassadeur op7 december. Ik denk dat jij gaat winnen :).

...
08.11 | 13:09

Altijd genieten van de mooie foto's. Proficiat Rob!

...
16.02 | 17:37

Stukje nostalgie. Leuke reportage, ik heb er van genoten.

...
19.12 | 21:48

Dit zijn weer prachtige foto's!
Hartelijke groeten, Stephanie

...
Je vindt deze pagina leuk