Around the world with Albaworld

Als ik ooit nog thuiskom

Op 18 mei 1942 houdt Wim Kuijpers in Heer bij Maastricht het voor gezien. Hij smeert achttien boterhammen en stopt ze met een paar landkaarten in een aktetas. Bij Eijsden piept hij clandestien over de Belgische grens. Een paar dagen later rent hij in de Jura de vrijheid tegemoet. Kom mee en verken zijn route tussen het Franse Abbévillers en Chevenez in Zwitserland.

Wim Kuijpers in het 'nette pak' dat hij aantrok om onderweg niet op te vallen

Op de blaren

Begin mei 1942 begint de Duitse bezetter de teugels strakker aan te halen. De Jodenster wordt ingevoerd. De Arbeitseinsatz gaat volop draaien. Ook voor Wim Kuijpers dreigt gedwongen tewerkstelling in Duitsland. Hij besluit naar Engeland te gaan om tegen de Duitsers te vechten. Op de bonnefooi, want een uitgewerkt plan heeft hij niet. Hij wil zo veel mogelijk met trein of bus reizen. Vroeg op de eerste dag gaat dat in Luik al fout. De enige trein richting Franse grens vertrekt laat in de middag. Pas om tien uur ’s avonds begint hij in Neufchâtel aan een ruim vijftig kilometer lange voettocht, dwars door de Ardennen, naar Sedan. Hij is ongetraind. ‘Na enkele uren merkte ik dat ik niet de ideale schoenen had voor zulk een mars. Ik had gewoon halve schoenen aan en mijn voeten hadden er niets geen steun aan’ schrijft hij later in zijn dagboek. Vlak voor Sedan vindt hij een beekje: ‘Ik was er als de bliksem bij om een voetenbad te nemen. Met veel moeite trok ik mijn schoenen en kousen uit en schrok van mijn voeten. Ik had zowat op de blaren gelopen en ook bovenop was het allesbehalve mooi. Het was gewoon een marteling om de kousen en schoenen er weer overheen te halen.’ In Sedan neemt hij de trein via Nancy naar Montbéliard. Een streekbus brengt hem tenslotte naar Hérimoncourt waar hij weer lopend verder gaat.

Joseph Perea's landkaart

Stijve voet

In Hérimoncourt beginnen we aan de hand van Wim Kuijpers’ dagboek het laatste stukje van zijn route naar Zwitserland te verkennen. ‘Met ’n kalm tempo legde ik de vijf km af die mij nog van de vrijheid scheidden. De weg ging zig-zag de hoogte in en ik had ’n prachtig panorama te bewonderen. Aan de andere kant van de heuvel hoorde ik al de Zwitserse koeien’, noteert hij. Vanaf de laatste bushalte bij de kerk klimmen we bergop. In de weiden klingelen de bellen van bruine Milka-koeien. Het uitzicht is nog steeds fenomenaal. Een uurtje later staan we in Abbévillers. Wim schrijft: ‘Nu begon ik langzamer te lopen en een voet stijf te houden. Zo zag ik er absoluut ongevaarlijk en hulpeloos uit en niemand zou op de gedachte komen dat ik ging proberen de grens te overschrijden.’ Maar nu hebben we een probleem. De weg splitst zich. Ging Wim links naar Fahy in Zwitserland of rechts richting Glay, dat nog in Frankrijk ligt. In haar bloementuintje brengt Brigitte Krauss uitkomst. De oude dame heeft haar hele leven in Abbévillers gewoond. ‘De Duitsers hadden de weg naar Fahy afgesloten, daar kan hij onmogelijk langs zijn gegaan. Misschien kunnen ze je aan de overkant in het gemeentehuis verder helpen’, raadt ze aan. Wim beschrijft hoe hij door een bos, parallel aan de weg, ‘voorzichtig voorwaarts’ gaat. Hij komt op een weggetje naar een boerderij en vraagt er om water. ‘Ik schrok danig toen ze mij vertelden dat ik nog op Frans land was. Door een grillige buiging in de grens was ik er nog niet. Zonder links of rechts te kijken stormde ik daarheen. Buiten adem bereikte ik het vrije land.’  Loco-burgemeester Joseph Perea is een enthousiast randonneur vertelt hij. We buigen ons over zijn gedetailleerde landkaart. ‘Hij heeft het over de boerderij van Coulon, La Chaifferie. De grens maakt daar een rare bocht’, wijst hij aan. Met een  printje van zijn kaart beginnen we aan de laatste tien kilometer. Eerst door het bos naar La Chaifferie. Van daar volgen we een karrenspoor over de grens, genietend van het prachtige, lichtgolvende Jura-landschap. Laat in de middag wandelen we Chevenez binnen.

Wim Kuijpers (2e van rechts) in het werkkamp in Cosonnay, Zwitserland

Gearresteerd

De volgende ochtend zoeken we met burgemeester Michel Bacconat en Gaston en Madeleine Valley uit waar Wim Kuijpers zijn eerste nacht in vrijheid doorbracht. Hij schreef: ‘Er zat een familie voor hun huis en ik vroeg of ik er misschien kon overnachten. Ze vonden dat goed, maar ik moest wel op de hooizolder liggen. De zoon kon tamelijk Duits spreken. Van hem kreeg ik een oude Zwitserse soldatenjas als deken. Beneden mij stonden paarden te stampen en te snuiven.’ Gaston herinnert zich dat alleen de familie Rérat paarden had. ‘Hun zoon Raymond sprak wat Duits. Wij hadden het niet breed en gebruikten ook oude legerjassen als deken’, vertelt hij. De boerderij van Rérat blijkt in mei 2009 te zijn gesloopt. Op het station van Porrentruy, zeven kilometer verder, wordt Wim de volgende ochtend gearresteerd. Uiteindelijk belandt hij in een werkkamp bij Lausanne. Daar gaat hij er nog een keer vandoor als hij zich realiseert dat het jaren kan duren voor hij in Engeland is. Bij Genève steekt hij voor de vierde keer clandestien een grens over. ‘Die nacht was ik van plan naar Annecy te lopen. Het was ruim veertig kilometer en zowat middernacht. Ik vond het fijn daar te marcheren op weg naar Engeland. Ik had 5000 Franse Francs in mijn schoenen gestopt tussen de twee paar kousen die ik droeg. Als ze mij dan pakten was ik tenminste niet al mijn geld kwijt’, schrijft hij. In Annecy ontdekt hij dat ‘door het vele lopen en transpireren was het papier helemaal bruin geworden van de sokken en ik moest ze vlug in de zon leggen om ze goed te houden.’

Na een lange reis met maanden oponthoud in Zuid-Frankrijk en Madrid komt hij via Spanje, Curaçao en Canada na een jaar in Engeland aan. Daar trouwt hij met Audrey Wayling en gaat als mitrailleurschutter vliegen bij het Nederlandse 320 Squadron. Op 20 maart 1944 schiet Duits luchtafweergeschut zijn Mitchell bommenwerper uit de lucht. De vier bemanningsleden komen om. Ze liggen begraven op het Nederlandse ereveld bij Orry-la-Ville, iets ten noorden van Parijs.

 

De dagboeken van Wim Kuijpers, waarin hij gedetailleerd zijn reis naar Engeland beschrijft, verschenen in april 2010 onder de titel  Als ik ooit nog thuis kom. De oorlogsdagboeken van Wim Kuijpers door Rob Dijksman en Mariëlle Kuijpers.

Het is een uitgave van Mooi Limburgs Boekenfonds, Sittard, 2010. Formaat 17 x 24 cm, 240 pag. € 19,95. ISBN 9789085960645.

Enige reacties op het boek:

- In de taal van een arbeidersjongen vertelt Wim wat hem bezielde

- Het leest als een trein

- Niet eerder verscheen er zo’n boek over luchtvarenden in oorlogstijd

- Een echt waardevol, historisch document

- Een prachtig ‘papieren’ monument voor een Limburgse jongen

- Een dagboek met historisch relevant bronmateriaal

- Een aanrader, een verhaal dat bijzonder goed in elkaar steekt

Zwitserland Toerisme
Postbus 17400, 1001 JK Amsterdam
Tel: 00800 100 200 30 (gratis), e-mail: info@myswitzerland.com,

www.myswitzerland.com/nl

 

Jura Tourisme

Place du 23-Juin 6, CH-2350 Saignelégier

Tel. +41 324204775, e-mail: info@juratourisme.ch

www.juratourisme.ch

 

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.

Ank Herstel | Antwoord 25.02.2014 12.29

INDRUKWEKKEND !!

Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

17.11 | 17:31

Mooi verhaal Els, ik hoop je te ontmoeten bij de Spaanse ambassadeur op7 december. Ik denk dat jij gaat winnen :).

...
08.11 | 13:09

Altijd genieten van de mooie foto's. Proficiat Rob!

...
16.02 | 17:37

Stukje nostalgie. Leuke reportage, ik heb er van genoten.

...
19.12 | 21:48

Dit zijn weer prachtige foto's!
Hartelijke groeten, Stephanie

...
Je vindt deze pagina leuk